Taranartos en geschiedenis: The Canterbury Tales
Deze kroniek werd geinspireerd door mijn liefde voor geschiedenis en films. Velen van mijn generatie kennen de film : A knights Tale, met Heath Ledeger in de hoofdrol. Nadat ik wat opzoekwerk deed kwam ik te weten dat dit door Chaucer werd geschreven, waarbij ik echt begon te zoeken naar mede in zijn verhalen. De ontdekkingen van mede in zijn boeken deed ik reeds in 2018, wat je vaak kon horen tijdens mijn Mead and Greet ontmoetingen, en die ik dan ook gretig hanteerde.
Wie The Canterbury Tales leest met aandacht voor detail, merkt al snel dat het werk meer is dan een verzameling vermakelijke verhalen. Het is een sociaal weefsel, geweven uit stemmen, gewoonten, spanningen en vanzelfsprekendheden van de late middeleeuwen. Drank speelt daarin een stille maar structurele rol. Wijn wordt genoemd, bier is alomtegenwoordig, maar op de achtergrond verschijnt ook mede: minder expliciet, minder luid, en juist daarom veelzeggend.
Geoffrey Chaucer en zijn tijd
Geoffrey Chaucer schreef zijn Canterbury Tales aan het einde van de veertiende eeuw, in een Engeland dat fundamenteel in verandering was. De pest had de bevolkingsstructuur herschikt, de standenmaatschappij kraakte, en handel en geld begonnen oude feodale verhoudingen te ondermijnen. Chaucer bevond zich zelf in het midden van die verschuivingen: hofambtenaar, diplomaat, observator.
Wat hem onderscheidt, is zijn vermogen om niet te oordelen, maar te tonen. Zijn pelgrims spreken zichzelf bloot, niet door wat de auteur over hen zegt, maar door wat zij drinken, verlangen en vanzelfsprekend vinden. In dat landschap is mede geen dagelijkse drank meer voor iedereen, maar ze is ook nog niet verdwenen.
Zijn boeken : The Canterbury Tales , gaat over 29 pelgrims die hun verhaal vertellen.
Drank als sociale marker
In de middeleeuwen was drank nooit neutraal. Wat men dronk, wanneer men het dronk en met wie, was geladen met betekenis. Bier hoorde bij arbeid en dagelijks leven. Wijn was verbonden met status, kerk en handel. Mede nam een oudere plaats in. Ze was verbonden met feest, met beloning, met ceremonie.
In de Canterbury Tales wordt mede zelden expliciet genoemd, maar haar aanwezigheid is impliciet voelbaar in scènes van overvloed, gastvrijheid en morele ontsporing. Wanneer Chaucer beschrijft hoe personages zich overgeven aan drank, overdaad of losbandigheid, resoneert daarin een oudere drinkcultuur waarin mede een centrale rol had gespeeld. Ze fungeert als referentiepunt, zelfs wanneer ze niet wordt uitgesproken.
Miller
De Miller is een van de personages waarin drank het duidelijkst aanwezig is. Hij is luidruchtig, fysiek, grensoverschrijdend. Zijn verhaal volgt niet op toeval na dat van de Knight; het is een bewuste breuk. Hoewel Chaucer hier vooral bier en algemene dronkenschap benoemt, is het belangrijk te begrijpen dat deze dronkenschap voortkomt uit een traditie waarin mede ooit het feestelijke centrum was.
Mede was historisch de drank van de hal, van gemeenschappelijke bijeenkomsten waar orde tijdelijk werd opgeschort. In de wereld van Chaucer is die hal-cultuur aan het verdwijnen, maar haar echo klinkt door in figuren als de Miller. Zijn gedrag is niet nieuw; het is een voortzetting van oudere rituelen in een wereld die hun betekenis niet langer volledig draagt.
The Miller’s Tale spreekt specifiek over een aantal alcoholische dranken.
he sang as tremulously as nightingale;
he sent her sweetened wine and well-spiced ale
and waffles piping hot out of the fire,
and, she being town-bred, mead for her desire
for some are won by means of money spent
and some by tricks, and some by long descent.
the Wife of Bath
De Wife of Bath is een van de meest complexe stemmen in het werk. Ze spreekt openlijk over huwelijk, seksualiteit en macht. Haar omgang met drank is impliciet verbonden met autonomie. In oudere Angelsaksische en vroegmiddeleeuwse contexten was mede verbonden met vrouwenrollen die later zouden verschuiven: de schenkeres, de hoedster van de hal, degene die de beker aanreikt en daarmee sociale banden bevestigt.
Wanneer Chaucer een vrouw laat spreken die haar eigen verlangens benoemt en verdedigt, resoneert daar een diepere culturele laag. Mede verschijnt hier niet als consumptieproduct, maar als symbool van een oudere orde waarin vrouwen een rituele rol hadden in het sociale verkeer. Dat die rol in Chaucer’s tijd al problematisch was geworden, maakt haar aanwezigheid des te scherper.
Hij beschrijft Alison (Alisoun in oud Engels) met volgende tekst:
Her mouth was sweet as bragget or as mead…” (Line 55)
Gastvrijheid en pelgrimage
De Canterbury Tales zijn ingebed in een pelgrimage. Reizen betekende in de middeleeuwen afhankelijk zijn van gastvrijheid. En gastvrijheid werd gemarkeerd door drank. Mede was bij uitstek de drank waarmee men welkom heette. Niet noodzakelijk dagelijks, maar bij aankomst, bij overgangsmomenten.
Hoewel Chaucer vooral wijn en bier benoemt, werkt hij binnen een culturele logica waarin mede nog steeds deel uitmaakt van het collectieve geheugen. De herbergen langs de route naar Canterbury functioneren als seculiere opvolgers van de hal. De drank die daar vloeit, draagt de sporen van wat ooit mede was: bindend, verlagend van drempels, tijdelijk egaliserend.
Mede als moreel spanningsveld
In middeleeuwse literatuur is drank vaak verbonden met morele waarschuwing. Overdaad leidt tot zonde, verlies van controle, chaos. Mede neemt hierin een bijzondere positie in. Omdat ze ouder is dan het dominante christelijke wijnsymboliek, draagt ze een ambigue status. Ze is niet expliciet sacramenteel, maar ook niet puur profaan.
In Chaucer’s werk zien we hoe drank morele grenzen test. De verhalen ontsporen, personages verliezen hun waardigheid, waarheid komt naar boven. Mede fungeert hier als historische achtergrond: ze is de drank van waarheid en belofte, maar ook van gevaar. Dat dubbelzinnige karakter maakt haar geschikt als onderstroom in een werk dat juist de breuklijnen van zijn tijd toont.
Van orale naar schriftelijke cultuur
De Canterbury Tales markeren ook een overgang van orale vertelcultuur naar schriftelijke literatuur. Mede hoorde bij het vertellen: verhalen werden gedeeld in gezelschap, begeleid door drank. Chaucer schrijft die wereld vast op het moment dat ze aan het verdwijnen is.
Het feit dat mede niet prominent wordt benoemd, maar wel cultureel aanwezig blijft, is veelzeggend. Ze behoort tot een laag die niet meer hoeft te worden uitgelegd. De lezer van Chaucer’s tijd wist wat mede betekende, zelfs als ze niet expliciet op de pagina verscheen. Vandaag is dat anders. Daarom vraagt deze drank opnieuw om context en duiding.
Honing, arbeid en landschap
Mede is onlosmakelijk verbonden met honing, en honing met arbeid. Bijen, imkers, seizoenen: ze vormen de stille infrastructuur van deze drank. In Chaucer’s wereld was die infrastructuur nog zichtbaar. Honing was lokaal, arbeid was tastbaar, productie was beperkt.
Dat maakt mede tot een drank die het landschap in zich draagt. In de Canterbury Tales, waarin personages uit verschillende standen samen reizen, fungeert drank als gelijkmaker. Mede, historisch gezien, was daar bij uitstek geschikt voor. Ze overstijgt klasse, maar niet zonder spanning.
Mede is in Chaucer’s werk geen nostalgisch symbool, maar een stille aanwezigheid. Ze herinnert aan een tijd waarin drank meer was dan consumptie: ze was sociaal bindmiddel, ritueel instrument en morele test.
Wie vandaag opnieuw naar mede kijkt, doet er goed aan dat historische gewicht ernstig te nemen. Niet door recepten te reproduceren zonder context, maar door bronnen te raadplegen, verbanden te zien en betekenissen te begrijpen. Daarom verwijzen we ook hier niet naar een concrete bereidingswijze, maar naar de Honingarchieven, waar honing en mede worden benaderd als cultureel erfgoed, niet als curiositeit.
De Canterbury Tales tonen een wereld in beweging. Mede beweegt daarin mee, soms zichtbaar, soms onuitgesproken. Maar altijd aanwezig voor wie weet waar te kijken. Dat maakt haar niet minder relevant, maar juist fundamenteel. In het zwijgen van de tekst ligt haar kracht. In de achtergrond haar blijvende betekenis.
Later toon ik nog aan hoe belangrijk mede was in de middeleeuwen door nog meerdere kronieken hierover te schrijven. Zelfs één van eigen bodem….
Bij kruik en vuur,
Kristof
