Gratis verzending vanaf 95 EUR
Mede voor zowel bedrijven als particulieren
De grootste medeleverancier van België

Kronieken van Taranartos

Taranartos en geschiedenis: Mazers een medebeker?

Bute mazer schotland

De Mazer: beker, betekenis en geheugen van mede

Tijdens mijn zoektocht naar de geschiedenis van mede stuitte ik eerder al op de term mazer. In een vorige kroniek raakte ik dit begrip kort aan, maar ditmaal wil ik dieper graven. Niet alleen om het object zelf beter te begrijpen, maar vooral om te tonen hoe breed het spoor loopt dat de mazer door Europa heeft nagelaten. Want waar ligt zijn oorsprong nu werkelijk? In het Oudengels, of eerder in het Hoogduits?

Zoals je intussen weet, is een mazer geen drank op zich, maar een beker: een specifieke houten drinkkom waaruit men mede dronk. Binnen EMMA staat de tweede M dan ook voor Mazer. Die vaststelling bracht mij bij nieuwe vondsten, zowel in Engeland als in Duitsland, die het verhaal verder inkleuren.

Een van de vroegste afbeeldingen van een mazer vinden we op het wereldberoemde Tapijt van Bayeux. Dit tapijt werd geweven rond het jaar 1066, het jaar van – of kort na – de Slag bij Hastings. Met zijn indrukwekkende lengte van ongeveer zeventig meter vertelt het tapijt de aanloop naar deze veldslag en vormt het een unieke visuele bron over het dagelijkse leven en de gebruiken van die tijd. Vermoedelijk is zelfs de komeet van Halley erop afgebeeld. Oorspronkelijk zou het tapijt nog langer zijn geweest en ook de kroning van een koning in Westminster Abbey hebben getoond.

Wat meteen opvalt aan de afgebeelde mazer is zijn formaat. Het gaat om een grote kom, bijna ter grootte van een soepkom. Archeologische vondsten bevestigen dit beeld: de binnenzijde van deze houten kommen vertoont geen sporen van messlijtage. De enige inkepingen die men aantrof, waren decoratief. Wetenschappers concluderen hieruit dat de mazer uitsluitend diende om uit te drinken. Voor koken, eten en opslag gebruikte men al veel langer keramiek. Onze Keltische voorouders stonden zelfs bekend als producenten van keramische bekers in de Romeinse tijd. Maar dat is een zijpad.

De mazer zelf groeide uit tot een steeds belangrijker object en bereikte zijn hoogtepunt in gebruik en prestige rond de zestiende eeuw. Niet elke houten beker mocht zich een mazer noemen. Idealiter werd hij vervaardigd uit walnoot, esdoorn of beuk, bij voorkeur met een gespikkelde houtnerf, het zogenaamde vogelspot. Handvatten ontbraken volledig, maar ornamenten waren talrijk. Aanvankelijk bleef het formaat groot, zoals blijkt uit latere afbeeldingen waarop mensen uit komvormige bekers drinken. Gaandeweg evolueerde de mazer echter naar een beter hanteerbare beker. Gelukkig maar, want drinken uit iets dat aan een soepbord doet denken, lijkt weinig praktisch.

Dat brengt ons bij de kernvraag: waar komt het woord mazer vandaan?

De term kent meerdere verwante vormen. In het Engels spreekt men ook van measery, wat verwijst naar de gespikkelde houtstructuur. Een andere mogelijke oorsprong ligt bij maserie, een boomsoort die we kennen als Acer campestre, behorend tot de esdoornfamilie. In het Proto-Germaans vinden we masuraz, in het Hoogduits masar, beide verwijzend naar vlekken of spikkels. Woorden als Maserung (gespikkelde houtnerf) en Maserkopf ondersteunen deze etymologische lijn. Ook in het Welsh bestaat het woord masarn voor esdoorn. Het blijven theorieën, maar ze worden steeds breder aanvaard als historisch plausibel.

Wat vaststaat, is dat niet elke mazer uitsluitend uit esdoorn bestond. In de dertiende eeuw werden ook houten bekers uit fruitbomen gebruikt, waarvan sommige opmerkelijk goed bewaard zijn gebleven.

Later kregen mazerbekers steeds rijkere afwerkingen. Zilveren randen, metalen voeten, deksels en zelfs binnenornamenten deden hun intrede. In Durham bezaten priesters hun eigen mazers, vaak voorzien van zilverwerk. Daar bevond zich ook een grote beker, de zogenoemde Genadebeker, die steevast werd gebruikt na het genadegebed.

Ook in Parijse kathedralen kende men de mazer, voornamelijk voor kerkelijke dranken. We weten ondertussen dat dit in veel gevallen mede was. Opmerkelijk is hoe sommige bekers zelfs een eigen naam kregen. In Canterbury vinden we exemplaren met namen als Salomon, de Pelgrim en de Haas. Andere droegen inscripties. Een esdoornmazer uit 1380, vandaag te zien in het Victoria and Albert Museum in Londen, draagt de tekst:

“Hold your tongue and say the best
And let your neighbour sit in rest
He is so eager to please God
He lets his neighbour live in ease.”

Deze inscriptie alleen al toont hoe diep mede verweven was met het sociale en morele leven van die tijd. Dat zulke aandacht werd besteed aan een houten beker lijkt op het eerste gezicht vreemd, maar precies daarin schuilt zijn betekenis. Mazers werden vaak doorgegeven van generatie op generatie. Ze waren erfstukken, geen gebruiksvoorwerpen om achteloos te vervangen.

Inventarissen uit de veertiende tot zestiende eeuw maken dit tastbaar. In 1395 liet John de Scardeburgh, rector van Tichmarsh, maar liefst twaalf mazers na. Twee ervan werden in 1399 opgenomen in de persoonlijke bezittingen van koning Henry IV.
In Canterbury Abbey telde men ooit 182 bekers. Durham Abbey bezat er 49 in 1446. Westminster Abbey had er 40, Waltham Abbey 15. Voor houten bekers zijn dat opvallende aantallen.

Aangezien we toch in Canterbury vertoeven, is de link met The Canterbury Tales onvermijdelijk. Geoffrey Chaucer schreef tussen 1385 en 1400 ongeveer 1700 verzen, samen goed voor 24 verhalen. A Knight’s Tale is veruit het bekendste. Hier zal de link naar the Canterbury tales nog worden opgenomen in de nabije toekomst als een Kroniek.

Een laatste belangrijke vondst situeert zich op de Mary Rose, het Engelse oorlogsschip dat zonk in 1545. Aan boord bevond zich een van de laatste grote collecties drinkbekers. Ze waren fors van formaat, tussen 20 en 25 centimeter in diameter, en lagen verspreid over het schip. Alles wijst erop dat het persoonlijke bekers waren van de bemanning. Opnieuw zien we het contrast met de borden, die wel duidelijke messporen vertoonden.

Vandaag zijn nog ongeveer zestig mazerbekers bewaard gebleven. Vele daarvan bevinden zich in het British Museum, waaronder de beroemde Bute Mazer. Maar ook in Vlaanderen en Duitsland zijn exemplaren teruggevonden. In de archeologische musea rond het Zwarte Woud bewaart men kleinere varianten dan de Engelse, vaak met een afgesneden rand om het drinken te vergemakkelijken. Sommige Duitse vormen wijken sterk af, zoals de zogenaamde Doppelkopfs: dubbele bekers die perfect in elkaar pasten wanneer ze niet werden gebruikt.

De mazer is daarmee veel meer dan een beker. Hij is een stille getuige van ritueel, gemeenschap en herinnering. En misschien is dat precies waarom hij zo lang is blijven bestaan.

Dankzij een makker, Rudy, heb ik ondertussen twee replica’s van een mazer ontvangen in 2020. Deze worden ook gebruikt in de Mead and Greet, heden ten dage, de Meadnight Club.

Bovenstaande foto is één van deze twee bekers.

Bij kruik en vuur,

Kristof

Bezieler van Taranartos

Voorgaande kronieken